Het kroegwezen in Flobecq – deel II.
- Bavik Pub
Ik hou zo van de zware, moedeloze kastelein
die, met de blik van een verschopte herdershond,
het kleine glas tilt naar zijn grote mond.
Hij is mijn trouwe vriend – dat moét hij zijn.[1]
Mijn nadere kennismaking met cafébazen heeft vrijwel altijd geleid tot een wederzijds bevredigende verstandhouding. (Bij de bazinnen bracht ik het nooit verder dan een hoofse afstandelijkheid, wat beide partijen een vals gevoel van veiligheid bood.)
Van de cafébazen die ik geregeld ga groeten, kom ik het best overeen met Jean-Marie De Groote, de man die de Bavik Pub[2] te laat opent en te vroeg sluit. Hij was ooit paracommando, maar alleen de tatoeages op zijn armen getuigen van dat onvervaard verleden. De omvang van zijn buik doet zelfs vermoeden dat hij zich in jongere jaren vaker in bierkelders liet afzakken dan dat hij rotsen ging opklauteren in Marche Les Dames. Bovendien is Jean-Marie voor een gewezen paracommando onwaarschijnlijk zachtaardig. De manier waarop hij mij behandelt als ik bij hem in één week meer op krediet heb gedronken dan ik in een maand kan verdienen, wijst op een nobele inborst en een onterechte grootmoedigheid. Nu, Jean-Marie is dan ook een Vlaming, of zo goed als. Zijn vader was een Vlaming, een Vlaming pur sang had ik bijna geschreven[3], en de ouders van zijn moeder waren afkomstig uit Vlaanderen. Dat Jean-Marie niettemin geen Nederlands spreekt is in Wallonië geen verbijsterend verschijnsel. Maar vergis u niet: hij hoort verbluffend goed en hij zal uw Nederlands geroddel verstaan.
Mensen met een hoge ontwikkeling zie je in Flobecq zelden aan een toog, er voor noch er achter. Indertijd kwam Rudy Demotte[4] al eens hier of daar een koffie drinken, of enkele watertjes, maar nu hij zijn ambitie laat varen om in Flobecq burgemeester te blijven, kan je er hem nog minder vaak ontmoeten dan voordien[5]. Gelukkig komen de Cambiers – notaris Serge Cambier, zijn broer en zijn vader (de oude notaris), zijn medewerkers, en soms zijn vrouw – nog elke dinsdagmiddag in de Bavik de stukken worst, salami, servelas, ham en paté eten die ze net daarvoor op de markt hebben gekocht. Met hen, en van tijd tot tijd met een verdwaalde erudiet, kon ik best boeiende gesprekken voeren.
Maar leerrijke gesprekken heb ik in de Bavik vooral met de baas. Jean-Marie kent niet alleen les petites histoires van Flobecq, hij kent ook de geschiedenis van België en Europa verbluffend beter dan veel leerkrachten geschiedenis die ik heb gekend. Hij spreekt over de kleinkinderen van Karel de Grote – Charles le Chauve[6], Louis le Germanique[7] en Lothaire[8] – alsof hij in zijn eentje het verdrag van Verdun heeft geregeld.
Als je tegen hem begint over de Belgische prinses Charlotte[9] die na de dood van haar man, Maximiliaan van Oostenrijk[10], krankzinnig is geworden, vertelt hij je over de krankzinnige schoondochter van die andere Maximilien d’Autriche, de man van Maria van Bourgondië, wier zoon Philippe le Beau[11] trouwde met Jeanne la Folle[12].
“Je bedoelt natuurlijk Montségur”, zei hij mij toen ik het eens had over Montserrat als stad van de Catharen.
Hij is het meest in zijn element wanneer hij doceert over beide wereldoorlogen. Hij kent de wapens, de slachtpartijen, de militaire graden, de generaals en de politieke hoofdfiguren. Hij kent de collaboratie in Vlaanderen en in Wallonië, en het verzet. Hij heeft boeken over de kampen van Breendonk tot Treblinka, en hij heeft die nog gelezen ook. En, heel merkwaardig, hij, een Franstalige, sprak mij over de Vlaamse boekhandel en uitgeverij De Krijger in Erpe-Mere, die gespecialiseerd is in krijgskunde en geschiedenis van de oorlogen.
Natuurlijk wordt er in de Bavik ook nog wat anders dan geschiedenis geschonken. Maar daarover zal ik het een volgende keer hebben; nu moet ik eerst wat drinken. Tot dan!
[1] Simon CARMIGGELT (1913-1987) – uit “Ik hou zo van een oude Amsterdamse kroeg”
[2] Op de markt, zeer strategisch gelegen naast het postkantoor, maar ook de facteurs zijn niet meer wat ze ooit waren…
[3] Vrees niet, ik ben geen adept van welke bloed – en bodem theorie ook!
[4] U weet wel, de minister-president van Wallonië en van de Franse Gemeenschap
[5] Hij verhuist naar Doornik. Ik meen dat het een mens geen nadeel meebrengt burgemeester te zijn van een mooie middelgrote stad…
[6] Karel de Kale (823-877)
[7] Lodewijk de Duitser (806-876)
[8] Lotharius (795-855)
[9] (1840-1927), dochter van Leopold I,
[10] (1832-1867) Eventjes keizer van Mexico, van 1864 tot zijn executie
[11] Filips de Schone (1478-1506) – vader van Karel V
[12] Johanna de Waanzinnige (Johanna van Castillië) (1479-1555)